De Romberg-test: doel, uitvoering en klinische interpretatie

Augustus 11, 2026

TL;DR

  • De Romberg-test onderzoekt in hoeverre proprioceptieve en vestibulaire prikkels het evenwicht bij het staan ondersteunen wanneer het gezichtsvermogen wordt uitgeschakeld.
  • Laat de patiënt met de voeten tegen elkaar en de armen langs het lichaam staan. Controleer eerst het evenwicht met open ogen en vervolgens met gesloten ogen, terwijl u ervoor zorgt dat de patiënt niet valt.
  • Een positief Romberg-teken houdt in dat de patiënt bij open ogen relatief stabiel is, maar bij gesloten ogen duidelijk gaat wankelen, struikelen of vallen. Deze bevinding wijst op sensorische ataxie en een mogelijke stoornis van de dorsale kolom.
  • De test heeft naar verluidt een hoge specificiteit voor aandoeningen van de dorsale kolom, maar in de gepubliceerde bronnen wordt geen consistente numerieke schatting gegeven. Aan de hand van het resultaat kan geen onderscheid worden gemaakt tussen proprioceptieve, vestibulaire en cerebellaire oorzaken. Een negatief resultaat sluit een cerebellaire stoornis niet uit.

Wat de Romberg-test meet

Het evenwicht tijdens het staan is afhankelijk van de manier waarop het centrale zenuwstelsel visuele informatie combineert met proprioceptieve signalen van spieren en gewrichten, aangevuld met vestibulaire input vanuit het binnenoor. Wanneer één van deze bronnen onbetrouwbaar wordt, kunnen de andere bronnen mogelijk voldoende informatie leveren om een rechtopstaande houding te behouden.

Bij de Romberg-test wordt het gezichtsvermogen uitgeschakeld om te beoordelen of proprioceptieve en vestibulaire prikkels het evenwicht kunnen ondersteunen zonder visuele compensatie. De fase met open ogen dient als uitgangspunt. Door de ogen te sluiten komt vervolgens instabiliteit aan het licht die door het gezichtsvermogen mogelijk verborgen bleef. Een patiënt die met open ogen stabiel blijft staan maar met gesloten ogen het evenwicht verliest, vertoont een verhoogde afhankelijkheid van het gezichtsvermogen, hoewel de test op zichzelf niet kan vaststellen welk zintuiglijk kanaal verstoord is.

Moritz Heinrich Romberg paste de test toe bij patiënten met een aandoening van de dorsale kolom, waaronder tabes dorsalis in verband met tertiaire syfilis. Deze patiënten konden hun verminderde positiegevoel compenseren door naar hun omgeving te kijken, maar door hun ogen te sluiten viel die compensatie weg. Het historische doel en het sensorische mechanisme verklaren waarom het sluiten van de ogen de belangrijkste klinische informatie van de test oplevert en niet louter een procedureel detail is.

De test stap voor stap uitvoeren

Gebruik een gestandaardiseerde opstelling en leg elke afwijking daarvan vast, zodat herhaalde resultaten onderling vergelijkbaar blijven.

  1. Maak de testruimte klaar. Verwijder obstakels in de buurt en leg de patiënt op een stevige, vlakke ondergrond. Vraag de patiënt om zijn of haar schoenen uit te trekken, tenzij het dragen van schoeisel deel uitmaakt van een gestandaardiseerd klinisch protocol.

  2. Houd de patiënt de hele tijd in de gaten. Ga dicht genoeg bij de patiënt staan om onmiddellijk in te kunnen grijpen, bij voorkeur iets achter en opzij, zonder de patiënt te ondersteunen. Nauwlettend toezicht is een verplichte valpreventiemaatregel tijdens beide fasen, vooral voordat de patiënt zijn ogen sluit.

  3. Stel de uitgangspositie vast. Vraag de patiënt om met de voeten naast elkaar en de armen langs het lichaam te gaan staan. In sommige protocollen worden de armen voor het lichaam gekruist, maar zorgverleners moeten bij de herbeoordeling dezelfde houding aanhouden. Controleer of de patiënt de instructies begrijpt voordat de test begint.

  4. Observeer met open ogen. Vraag de patiënt om de houding aan te houden terwijl hij of zij vooruit kijkt. Noteer de basislijn: wiebelen, stapjes zetten, het verbreden van de stand of het onvermogen om rechtop te blijven staan. Een patiënt die de houding niet kan aanhouden met open ogen, vertoont niet het klassieke Romberg-patroon.

  5. Herhaal dit met gesloten ogen. Vraag de patiënt om zijn of haar ogen te sluiten zonder de positie van de voeten of armen te veranderen. In gepubliceerde beschrijvingen wordt doorgaans een tijdsduur van maximaal 60 seconden gehanteerd, terwijl sommige klinische protocollen 30 seconden per fase voorschrijven. Beëindig de test als de patiënt een stap zet, naar steun reikt, zijn of haar ogen opent of hulp nodig heeft om een val te voorkomen.

  6. Noteer de exacte reactie. Noteer de duur van de oefening en of er instabiliteit optrad in de vorm van toegenomen wiegen, voetbewegingen of evenwichtsverlies. Noteer de richting van het wiegen of vallen, indien dit zichtbaar was.

Romberg-testen verschillen qua tijdsduur, schoeisel, armhouding, voetpositie en de drempelwaarde die wordt gehanteerd om overmatig wiegen te definiëren. De tandemhouding behoort tot de ‘Sharpened Romberg’-variant en niet tot de standaardtest. Klinieken dienen één protocol te kiezen en de details daarvan vast te leggen, in plaats van resultaten te vergelijken die onder verschillende omstandigheden zijn verzameld.

Een positief versus een negatief resultaat aflezen

Een positief Romberg-teken houdt in dat er een duidelijk verlies van evenwicht optreedt zodra de visuele prikkel wordt weggenomen. De patiënt moet stabiel staan met open ogen voordat hij of zij de ogen sluit. Een uitgesproken wiebelen kan als positief worden beschouwd wanneer dit duidelijk toeneemt nadat de ogen zijn gesloten. Ook een corrigerende stap of een val telt mee, terwijl kleine houdingsbewegingen op zichzelf niet als positief mogen worden aangemerkt.

Een positief resultaat wijst erop dat proprioceptieve of vestibulaire prikkels het evenwicht niet voldoende kunnen handhaven zonder zicht. In de literatuur wordt het Romberg-teken beschreven als zeer specifiek voor stoornissen in de dorsale kolom en de mediale lemniscus, de banen die bewuste proprioceptieve informatie doorgeven. De test kan de stoornis echter niet op zichzelf lokaliseren, omdat een niet-gecompenseerde vestibulaire disfunctie hetzelfde verlies van evenwicht bij gesloten ogen kan veroorzaken.

De valrichting kan meer inzicht geven wanneer een vestibulaire stoornis wordt vermoed. Een patiënt met een eenzijdige vestibulaire aandoening kan herhaaldelijk in de richting van het aangetaste labyrint vallen. Een val in een bepaalde richting wijst op vestibulaire lateralisatie, maar de Romberg-test alleen is niet voldoende om de aangetaste zijde of de oorzaak vast te stellen.

Een negatief resultaat geeft alleen aan dat de patiënt de voorgeschreven houding tijdens de observatieperiode heeft aangehouden. Het sluit een licht sensorisch verlies, een gecompenseerde vestibulaire stoornis of een aandoening van het cerebellum niet uit. Patiënten met een cerebellaire stoornis kunnen al wankel overkomen met hun ogen open, waardoor ze de klassieke overgang van open naar gesloten ogen niet kunnen demonstreren. Artsen dienen een dergelijke test te noteren als ‘beperkt’ of ‘niet interpreteerbaar’ in plaats van ‘negatief’ en door te gaan met een gericht neurologisch en evenwichtsonderzoek.

Sensitiviteit, specificiteit en de beperkingen van de test

Er is geen bewijs voor één enkele numerieke schatting van de sensitiviteit of specificiteit voor de standaard Romberg-test. In klinische literatuur wordt een positief Romberg-teken beschreven als relatief specifiek voor een verstoorde functie van de dorsale kolom of de proprioceptie, maar er wordt geen gevalideerd percentage genoemd dat voor alle klinische populaties geldt. Verschillen in houding, testduur, schoeisel, armpositie en de drempel voor overmatig wiebelen maken vergelijkingen tussen studies nog moeilijker.

De Romberg-test kan op zichzelf niet vaststellen welk zintuiglijk systeem is aangetast. Toegenomen instabiliteit bij gesloten ogen kan wijzen op verlies van proprioceptie of een niet-gecompenseerde vestibulaire stoornis. Een stoornis in de kleine hersenen leidt vaak tot instabiliteit bij open ogen, maar sommige aandoeningen van de kleine hersenen kunnen toch van invloed zijn op de uitslag van de Romberg-test. Artsen moeten een positieve uitslag van de Romberg-test daarom beschouwen als een aanleiding voor nader onderzoek en niet als een diagnose.

De ‘Sharpened Romberg’ maakt de test uitdagender voor patiënten met een hoger functioneringsniveau door de houding met de voeten naast elkaar te vervangen door een tandemhouding (hiel-teen). Door de smallere basis kunnen hiermee tekortkomingen aan het licht komen die in de standaardhouding onopgemerkt blijven, hoewel er in de literatuur nog steeds geen algemeen aanvaard cijfer voor de diagnostische nauwkeurigheid wordt genoemd.

Bij een variant met een schuimoppervlak verandert de zintuiglijke input waarop de taak is gebaseerd. Het schuim vermindert de betrouwbaarheid van de somatosensorische informatie uit de voeten en enkels. In combinatie met het sluiten van de ogen moet de patiënt zich sterker baseren op vestibulaire input. Slechte prestaties kunnen daarom het vermoeden van een vestibulaire stoornis versterken, maar een vervolgonderzoek blijft noodzakelijk om de oorzaak vast te stellen.

Onderscheid maken tussen vestibulaire, proprioceptieve en cerebellaire oorzaken

Het patroon met open en gesloten ogen helpt bij het vaststellen van het verschil. Een patiënt die stabiel staat met open ogen, maar zijn evenwicht verliest zodra hij de ogen sluit, heeft zijn visuele compensatie verloren, wat wijst op een stoornis van het proprioceptieve of vestibulaire systeem. Instabiliteit met open ogen wijst daarentegen op een stoornis van de kleine hersenen of een ander tekort in de motorische controle.

Bij een stoornis van de proprioceptie is het noodzakelijk om het gewrichtspositiegevoel, het trillingsgevoel, de reflexen en het sensorisch loopgedrag te onderzoeken. De bevindingen kunnen wijzen op perifere neuropathie, myelopathie of een aandoening van de dorsale kolom. Afhankelijk van het ziektebeeld kan het medisch onderzoek bestaan uit vitamine B12-testen, serologisch onderzoek of specifiek onderzoek van het cerebrospinale vocht bij vermoeden van neurologische of infectieuze oorzaken.

Een vestibulaire stoornis kan ook leiden tot grotere instabiliteit na het sluiten van de ogen, soms met een neiging om in een bepaalde richting te vallen. De hoofdimpulstest en vestibulair opgewekte myogene potentialen kunnen aanvullende informatie opleveren wanneer vestibulair verlies wordt vermoed. Bij een acuut vestibulair syndroom kan een correct uitgevoerd HINTS-onderzoek helpen om een perifeer vestibulair patroon te onderscheiden van symptomen die nader onderzoek naar een beroerte in de posterieure circulatie vereisen. HINTS is van toepassing op een specifiek acuut ziektebeeld en vereist een passende opleiding.

Een stoornis van het cerebellum leidt vaak tot evenwichtsstoornissen nog voordat het zicht wordt weggenomen. Bij een gericht onderzoek van het cerebellum moeten de coördinatie, de oogbewegingen, de spraak en het looppatroon worden beoordeeld, omdat een negatieve Romberg-test een aandoening van het cerebellum niet uitsluit. De klinische interpretatie van de Romberg-bevindingen hangt daarom af van het overige neurologische onderzoek en niet alleen van het symptoom op zich.

Fysiotherapeuten moeten de uitslag van de Romberg-test plaatsen in het kader van een bredere beoordeling van het valrisico, waarbij onder meer het looppatroon en het functionele evenwicht worden gemeten, aangevuld met relevante sensorische en neurologische bevindingen. De Romberg-test vormt slechts een onderdeel van die beoordeling en kan op zichzelf geen diagnose opleveren.

Van positieve bevinding tot programmaontwerp

Bij het opstellen van het programma moet rekening worden gehouden met het bredere onderzoek en niet alleen met de uitkomst van de Romberg-test. Zodra uit de beoordeling blijkt wat de waarschijnlijke sensorische oorzaak is, kan de fysiotherapeut oefeningen kiezen die het geconstateerde tekort aanpakken, waarbij rekening wordt gehouden met het valrisico, bijkomende aandoeningen en functionele doelen.

Bij verminderde proprioceptieve input kan een gefaseerd programma variëren in stancbreedte, steunoppervlak, visuele input en taakvereisten. Vestibulaire bevindingen kunnen aanleiding geven tot oefeningen voor het stabiliseren van de blik en geleidelijke blootstelling aan hoofdbewegingen, wanneer uit het uitgebreide onderzoek blijkt dat deze benaderingen aangewezen zijn. Bij tekenen van cerebellaire stoornissen kunnen activiteiten gericht op coördinatie, aanvullend medisch onderzoek of doorverwijzing nodig zijn, in plaats van alleen een sensorisch evenwichtsprogramma. De behandelaar bepaalt de keuze van de oefeningen en de opbouw ervan op basis van het volledige klinische beeld.

Zorgverleners kunnen gebruikmaken van Physitrack om na de beoordeling een thuisoefenprogramma op te stellen en aan te passen. De oefeningenbibliotheek ondersteunt programma’s voor evenwicht en het evenwichtsorgaan, terwijl PhysiApp de voltooiing van oefeningen, gerapporteerde pijn en moeilijkheden tussen bezoeken registreert. Deze gegevens kunnen de behandelaar helpen de tolerantie te beoordelen en de volgende fase aan te passen, zonder het Romberg-teken als diagnose of progressiecriterium te beschouwen.

Fysiotherapeuten die deze referentiereeks met speciale tests voor andere lichaamsdelen gebruiken, kunnen ook het artikel over de Neer-test raadplegen voor dezelfde procedure en interpretatiemethode bij de beoordeling van de schouder.

FAQs

  • Hoe lang moet de fase met gesloten ogen duren? In gepubliceerde procedures wordt doorgaans uitgegaan van 30 of 60 seconden, terwijl StatPearls een observatietijd van één minuut beschrijft. Behandelaars moeten de gekozen duur vastleggen en deze consequent toepassen. Door een gestandaardiseerde tijdsduur zijn de resultaten van opeenvolgende metingen gemakkelijker te vergelijken.

  • Hoeveel zijwaartse beweging is er nodig om de Romberg-test als positief te beoordelen? Er bestaat geen algemene numerieke drempelwaarde voor zijwaartse beweging die een positief resultaat van een negatief resultaat onderscheidt. Artsen letten over het algemeen op een duidelijke zijwaartse beweging, een corrigerende stap, voetbeweging of een val nadat de patiënt zijn ogen heeft gesloten. Het vastleggen van het waargenomen gedrag biedt meer nuttige details dan alleen het vermelden van ‘positief’.

  • Betekent een val automatisch dat het Romberg-teken positief is? Een val duidt pas op een positieve bevinding als de patiënt stabiel staat met open ogen en zijn evenwicht verliest nadat hij zijn ogen heeft gesloten. Instabiliteit tijdens de fase met open ogen kan wijzen op een stoornis van het cerebellum of een andere evenwichtsstoornis. De prestatie met open ogen bepaalt daarom hoe de val moet worden geïnterpreteerd.

  • Kan de Romberg-test op zichzelf een vestibulaire aandoening vaststellen? De Romberg-test onderzoekt de rol van de zintuigen bij het evenwicht, maar kan op zichzelf geen diagnose van een vestibulaire aandoening stellen. Artsen moeten de uitslag interpreteren in combinatie met het neurologisch onderzoek en passende vestibulaire onderzoeken. Aanvullend onderzoek helpt bij het onderscheiden van vestibulaire stoornissen en stoornissen die worden veroorzaakt door proprioceptieve of cerebellaire factoren.

  • Waarin verschilt de ‘Sharpened Romberg’? Bij de ‘Sharpened Romberg’ staan de voeten in een tandemhouding (van hiel naar teen) in plaats van naast elkaar. Door de smallere basis wordt er meer evenwicht vereist van patiënten met een hoger functioneringsniveau. Behandelaars dienen de voetpositie, het gezichtsvermogen en de houdduur vast te leggen.

Belangrijkste conclusie

De Romberg-test biedt een snelle, apparatuurloze screening op verstoorde sensorische bijdragen aan het evenwicht bij het staan. Een positief Romberg-teken duidt op stabiliteitsverlies wanneer de visuele input wordt weggenomen, maar kan de oorzaak niet op zichzelf lokaliseren tot een proprioceptieve, vestibulaire of cerebellaire stoornis. Artsen dienen de bevinding te interpreteren in combinatie met het neurologisch onderzoek, vestibulaire tests, loopbeoordeling en evaluatie van het valrisico, in plaats van deze als een op zichzelf staande diagnose te gebruiken.

Kevin Kaminyar
Wereldwijd hoofd Groei