Telerevalidatie in de Duitse fysiotherapiepraktijk: wat er juridisch mogelijk is en hoe het lukt

TL;DR
- Telerevalidatie is toegestaan als videobehandeling in het kader van een bestaande medicijnvoorschrift, mits deze therapeutisch geschikt is, de patiënt hiermee instemt en er gebruik wordt gemaakt van een toepassing die voldoet aan de voorschriften inzake gegevensbescherming.
- Ten minste één behandeling per voorschrift moet persoonlijk plaatsvinden. Onderzoeken, manuele technieken en behandelingen bij een verhoogd valrisico vereisen nog steeds een afspraak waarbij de patiënt persoonlijk aanwezig moet zijn.
- De GKV vergoedt bepaalde fysiotherapeutische behandelingen via videoconsult binnen vastgestelde hoeveelheidslimieten. Praktijken vermelden deze met een afkorting zoals „TM“ voor telegeneeskundige behandeling. Particulier verzekerden dienen vooraf duidelijkheid te krijgen over de kostenvergoeding.
- Praktijken zouden moeten kiezen voor een gecertificeerde videodienst met een stabiele beeldoverdracht. De software moet het mogelijk maken om oefenprogramma’s direct aan te passen en moet voldoen aan de AVG-vereisten, zoals verwerking in opdracht, toestemming en traceerbaar gegevensbeheer.
Wat houdt telerevalidatie in de fysiotherapie concreet in?
Telerevalidatie verwijst naar fysiotherapeutische begeleiding via digitale communicatiemiddelen. Binnen de Duitse wettelijke ziektekostenverzekering (GKV) vormt met name de videobehandeling het wettelijk geregelde toepassingsgebied. Fysiotherapeuten voeren daarbij een behandelingssessie uit via live-video, bijvoorbeeld om bewegingspatronen te controleren, oefeningen aan te passen of het verloop van de therapie te bespreken. De reguliere voorschrift voor geneesmiddelen blijft van kracht. Een apart voorschrift voor telerevalidatie is niet vereist.
§ 2a, lid 3, van de Richtlijn geneesmiddelen staat videobehandelingen toe, mits deze vanuit therapeutisch oogpunt geschikt zijn. De praktijk moet een systeem gebruiken dat voldoet aan de voorschriften inzake gegevensbescherming en de toestemming van de patiënt vragen. Telerevalidatie vervangt daarmee niet automatisch de persoonlijke behandeling. Het vormt een aanvulling op de lopende zorg met behandelingssessies die op vakkundige wijze kunnen worden uitgevoerd zonder manueel onderzoek of direct lichamelijk contact.
Een zuivere diagnose op afstand verschilt van dit model, omdat hierbij de bevindingen uitsluitend via communicatiemiddelen zouden worden vastgesteld. Telemonitoring vervult eveneens een andere functie. Hierbij verzendt of registreert een digitale applicatie gegevens zoals de frequentie van oefeningen, klachten of bewegingsgegevens, zonder dat er tegelijkertijd een behandeling via video plaatsvindt. Een praktijk kan telemonitoring en videobehandeling combineren, maar beide processen vereisen een eigen professionele en privacyrechtelijke inordening.
Videobehandelingen ontstonden aanvankelijk via tijdelijke coronamaatregelen vanaf maart 2020. Na afloop daarvan werd fysiotherapie in april 2022 opgenomen in de reguliere zorg. De markt ontwikkelt zich dienovereenkomstig verder. Volgens een Europese marktanalyse bereikte Duitsland in 2025 een aandeel van 22,5 procent op de Europese markt voor virtuele revalidatie en telerevalidatie. Het marktaandeel geeft de economische activiteit weer en zegt niets over hoeveel Duitse praktijken daadwerkelijk videotherapie aanbieden. Het laat echter wel zien dat digitale revalidatieaanbiedingen in Duitsland al een relevant onderdeel van de zorg vormen.
Voor welke patiënten en behandelingssituaties is telerevalidatie geschikt?
Telerevalidatie is bijzonder geschikt voor vervolgcontroles en nazorg na een eerste onderzoek in de praktijk. U kunt bewegingspatronen observeren, reacties op belasting bespreken en het oefenprogramma direct aanpassen. Ook vragen over de uitvoering of het omgaan met klachten kunnen vaak via video worden beantwoord. De eerste afspraak in het kader van een medisch voorschrift moet voor verzekerden met een GKV-verzekering persoonlijk plaatsvinden.
Patiënten die van ver moeten komen, kunnen baat hebben bij een combinatie van fysieke en videoconsulten. In een Europees marktrapport worden het tekort aan geschoold personeel en de beperkte toegang tot revalidatie in landelijke gebieden beschreven als belangrijke drijfveren voor digitale diensten. Videoconsulten kunnen onnodige reizen voorkomen en de continue begeleiding tussen fysieke consulten door vergemakkelijken.
Ook mensen met beperkte mobiliteit komen in aanmerking, mits zij de oefeningen thuis veilig kunnen uitvoeren. Als er sprake is van zorgbehoefte, moet er een verzorger aanwezig zijn of op korte termijn bereikbaar zijn. Patiënten moeten bovendien over voldoende digitale vaardigheden beschikken, een stabiele internetverbinding hebben en een beschermde ruimte tot hun beschikking hebben. Bij een hoog valrisico, nieuwe onduidelijke klachten of noodzakelijke manuele onderzoeken blijft een afspraak ter plaatse noodzakelijk.
De GKV-raamovereenkomst beperkt het toegestane aandeel van videosessies per soort behandeling. Bij fysiotherapie als individuele of groepsbehandeling en bij fysiotherapie voor mucoviscidose mogen maximaal 50 procent van de voorgeschreven sessies via video plaatsvinden. Bij fysiotherapie voor het centrale zenuwstelsel volgens de Bobath-methode zijn maximaal drie sessies per voorschrift mogelijk, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Voor manuele therapie is maximaal één videosessie voorzien. Een dergelijke sessie is eerder geschikt voor voortgangscontrole en begeleiding, aangezien manuele technieken direct contact vereisen.
Waar liggen de grenzen: wanneer is een onderzoek ter plaatse nog steeds nodig?
De eerste behandeling van een door de GKV vergoedingsgerechtigde patiënt moet plaatsvinden tijdens een persoonlijk consult, voordat een behandeling via videoconferentie mag volgen. Tijdens het persoonlijke consult kunt u de beweeglijkheid, belastbaarheid en mogelijke veiligheidsrisico’s betrouwbaarder beoordelen. Artsen kunnen de behandeling via videoconferentie bovendien uitsluiten in het opmerkingenveld van het recept.
Tactiele onderzoeken en behandeltechnieken kunnen niet op vakkundige wijze via video worden uitgevoerd. Het is niet mogelijk om via de tastzin de weefselspanning te bepalen, gewrichten handmatig te controleren of iemand tijdens een oefening fysiek te ondersteunen. Nieuwe, onduidelijke of duidelijk veranderde klachten vereisen daarom vaak een extra afspraak op de praktijk en eventueel een medisch onderzoek.
Een verhoogd valrisico kan een reden zijn om af te zien van een videobehandeling. Het beeld geeft mogelijk niet het volledige bewegingsbereik weer en u kunt een vallende patiënt niet opvangen. Bij zorgbehoevende of onzekere patiënten moet er een verzorger aanwezig zijn of direct bereikbaar zijn.
Voldoende mediageletterdheid behoort eveneens tot de vereisten. Patiënten moeten de videotoepassing kunnen bedienen, de camera op de juiste manier kunnen richten en instructies zelfverzekerd kunnen opvolgen. Technische storingen of een onvoldoende beeldkwaliteit kunnen het noodzakelijk maken om terug te keren naar een behandeling ter plaatse.
Voor fysiotherapeuten is § 7, lid 4, van het modelberoepsreglement voor artsen niet rechtstreeks van toepassing. Het daarin verankerde zorgvuldigheidsbeginsel biedt echter een vaktechnische parallel. Behandeling op afstand komt alleen in aanmerking als u met de nodige zorgvuldigheid de bevindingen, het therapiedoel, de veiligheid en de documentatie kunt waarborgen. Bij twijfel dient de behandeling ter plaatse plaats te vinden.
Het wettelijk kader: verbod op behandeling op afstand, uitzonderingen en de richtlijn inzake geneesmiddelen
De veelgebruikte term ‘verbod op behandeling op afstand’ is afkomstig uit het medisch beroepsrecht en is niet zonder meer van toepassing op de fysiotherapie. Volgens § 7, lid 4, van het modelberoepsreglement voor artsen behandelen artsen in principe in persoonlijk contact. Een uitsluitend via media ondersteunde behandeling is in individuele gevallen toegestaan, mits deze medisch verantwoord is, de vereiste zorgvuldigheid in acht wordt genomen en de patiënt over de bijzonderheden wordt geïnformeerd. Een voorafgaand persoonlijk contact met de arts is daarbij niet meer zonder uitzondering verplicht.
Voor fysiotherapeuten bestaat er geen landelijk uniforme beroepscode met een letterlijk identieke bepaling inzake behandeling op afstand. Binnen de wettelijke ziektekostenverzekering bepalen vooral de Richtlijn Geneesmiddelen en de GKV-raamovereenkomst wanneer een videobehandeling is toegestaan. De DVPMG heeft in 2021 de wettelijke basis gelegd voor permanente telegeneeskundige diensten door zorgverleners. Sinds 2022 behoort videobehandeling in de fysiotherapie tot de standaardzorg en is deze vandaag de dag gebaseerd op § 2a, lid 3, van de Richtlijn geneesmiddelen.
De geneesmiddelenrichtlijn staat videobehandeling toe, mits deze vanuit therapeutisch oogpunt geschikt is en er gebruik wordt gemaakt van een toepassing die voldoet aan de voorschriften inzake gegevensbescherming. De patiënt moet na voorlichting schriftelijk toestemming geven en kan zijn toestemming te allen tijde intrekken. De eerste sessie van een voorgeschreven behandeling moet plaatsvinden tijdens een persoonlijk contact. Fysiotherapeuten beslissen vervolgens op basis van het therapiedoel, de bevindingen en de veiligheid van de patiënt of verdere toegestane sessies via video kunnen plaatsvinden. De voorschrijvende arts kan de videobehandeling in het opmerkingenveld uitsluiten.
Voor behandelingen in het kader van de GKV gelden aanvullende organisatorische voorschriften. De praktijk moet gebruikmaken van een gecertificeerde videodienstverlener uit de relevante lijst van de GKV-Spitzenverband. Gangbare videotelefonieprogramma's voldoen niet automatisch aan deze eis. De therapeut moet de behandeling uitvoeren vanuit goedgekeurde praktijkruimten, in een aparte ruimte die beschermd is tegen inkijk en afluisteren. Een GKV-videobehandeling vanuit het thuiskantoor is daarom in principe niet voorzien.
De norm voor professionele zorgvuldigheid legt beperkingen op aan elke behandeling op afstand, ongeacht de technische mogelijkheden. Zodra een onderzoek, een betrouwbare beoordeling van het bewegingspatroon of een behandeling direct contact vereist, moet de praktijk overschakelen op een behandeling ter plaatse. Ook technische storingen of de wens van de patiënt rechtvaardigen te allen tijde een terugkeer naar de praktijk.
Reclame voor behandelingen op afstand valt bovendien onder § 9 van de Duitse wet op de reclame voor geneesmiddelen. De reclame mag geen algemene behandeling zonder persoonlijk contact beloven, indien erkende vaktechnische normen een dergelijk contact vereisen. Praktijken dienen daarom ook hun website en beschrijvingen van afspraken zakelijk en beperkt te formuleren.
Beroepsrechtelijke voorschriften, contracten en afrekeningsregels kunnen veranderen of, afhankelijk van de zorgcontext, op verschillende manieren van toepassing zijn. Praktijkeigenaren dienen openstaande vragen vóór de start te bespreken met hun beroepsvereniging, de bevoegde zorgverzekeraar of een gespecialiseerd juridisch adviesbureau.
Telerevalidatie en DiGA: twee verschillende categorieën
Een DiGA is een zelfstandig te gebruiken digitaal medisch hulpmiddel, terwijl telerevalidatie een vorm van fysiotherapeutische behandeling is. Om ervoor te zorgen dat de wettelijke ziektekostenverzekering een DiGA vergoedt, moet het BfArM de toepassing hebben beoordeeld en in het DiGA-register hebben opgenomen. Verzekerden krijgen toegang na een medische of psychotherapeutische voorschrift of na een aanvraag bij hun ziektekostenverzekeraar.
De vergoeding voor een DiGA verloopt rechtstreeks tussen de ziektekostenverzekeraar en de fabrikant. Een fysiotherapiepraktijk schrijft het gebruik ervan niet voor en declareert het gebruik ervan ook niet als geneesmiddel. Bij sommige DiGA’s zijn begeleidende medische of psychotherapeutische diensten voorzien. Dergelijke diensten vormen geen vervanging voor een fysiotherapeutische behandeling via video.
Bij telerevalidatie verleent de praktijk daarentegen een fysiotherapeutische dienst in het kader van een bestaande voorschrift voor geneesmiddelen. Toegestane videobehandelingen worden via de praktijk afgerekend volgens de geldende voorschriften en afrekeningsprocedures voor geneesmiddelen. Telerevalidatie hoeft daarom niet te worden opgenomen in het DiGA-register. De gebruikte video-oplossing moet echter wel voldoen aan de relevante eisen op het gebied van gegevensbescherming, toestemming en, indien van toepassing, de certificering van de videodienst.
Beide categorieën kunnen parallel worden ingezet. Een patiënt kan bijvoorbeeld een geregistreerde app gebruiken voor zijn zelfstandige training en daarnaast via video fysiotherapeutische voortgangscontroles krijgen. U dient beide diensten afzonderlijk te documenteren en mag het gebruik van een DiGA niet als een geleverde therapiesessie in rekening brengen.
Ons diepgaande artikel over de DiGA-hervorming van 2026 gaat in op de wijzigingen in de regelgeving voor digitale gezondheidsapplicaties. Voor telerevalidatie blijven daarentegen de geneesmiddelenrichtlijn, de GKV-raamovereenkomst en de concrete kostenvergoeding bepalend.
Afrekening in de praktijk: wettelijke ziektekostenverzekering, particuliere ziektekostenverzekering en waar praktijken op moeten letten
Voor verzekerden bij de GKV brengen praktijken videobehandelingen in rekening met eigen positienummers tegen het op dat moment geldende vergoedingspercentage voor de behandeling ter plaatse. Bij reguliere voorschriften gelden X0521 voor individuele fysiotherapie, X0621 voor groepsfysiotherapie, X0722 voor fysiotherapie bij mucoviscidose, X0728 voor fysiotherapie van het centrale zenuwstelsel bij kinderen volgens de Bobath-methode, X0720 voor fysiotherapie van het centrale zenuwstelsel bij volwassenen volgens de Bobath-methode en X1221 voor manuele therapie. Bij blanco-verwijzingen gelden 20536 voor individuele kinesitherapie, 20539 voor groepskinesitherapie en 20544 voor manuele therapie.
De GKV stelt vaste grenzen aan het aandeel van videobehandelingen. Bij KG Einzel, KG Gruppe en KG Mukoviszidose mag maximaal 50 procent van de voorgeschreven sessies via video plaatsvinden. Bij KG-ZNS volgens Bobath zijn maximaal drie sessies toegestaan, bij manuele therapie maximaal één. De praktijk moet gebruikmaken van een gecertificeerde videodienst en de behandeling uitvoeren vanuit goedgekeurde, afgeschermde praktijkruimtes.
Een volledige documentatie vormt de basis voor de declaratie. De praktijk vult op de achterzijde van het recept, in het veld voor de handtekening, een afkorting in, zoals „TM“ voor een telegeneeskundige dienst. De exacte afkorting kan variëren, afhankelijk van het formulier en de zorgverzekeraar, en daarom moeten praktijken dit afstemmen met hun afrekeningsinstantie of zorgverzekeraar. De patiënt bevestigt de afspraak digitaal met de vereiste gegevens, via een PDF-bewijs van de videodienst of later door middel van een persoonlijke handtekening. De toestemming en de afspraakbevestiging blijven in het patiëntendossier bewaard en moeten bij een controle kunnen worden getoond.
Fysiotherapiepraktijken kunnen vanaf 30 april 2026 forfaitaire subsidies aanvragen voor hun technische uitrusting. De forfaitaire vergoeding voor hardware bedraagt 950 euro per praktijk per jaar voor de aanvraagjaren 2025 tot en met 2027. De softwarevergoeding bedraagt 300 euro per praktijk per jaar voor de jaren 2025 tot en met 2028. Voorwaarden zijn dat er in het betreffende jaar ten minste één door de GKV vergoede en afgerekende videobehandeling heeft plaatsgevonden en dat er daadwerkelijk kosten zijn gemaakt. De aanvraag moet jaarlijks vóór het einde van het jaar via het GKV-aanvraagportaal worden ingediend.
Bij particuliere patiënten en zelfbetalers kunnen praktijken de omvang, de prijs en de behandelingslocatie vrijer afspreken. Videoconsulten vanuit het thuiskantoor zijn in principe mogelijk, mits de gegevensbescherming en de professionele zorgvuldigheid gewaarborgd blijven. Particuliere patiënten dienen de kostenvergoeding vooraf met hun verzekering af te stemmen. Bij onduidelijke situaties met betrekking tot de wettelijke ziektekostenverzekering (GKV) dient de praktijk navraag te doen bij haar ziektekostenverzekeraar, de afrekeninstantie of haar beroepsvereniging. Een vereniging van ziekenfondsen is voor fysiotherapiepraktijken doorgaans niet de bevoegde afrekeninstantie.
Waar moeten praktijken op letten bij het kiezen van een oplossing voor telerevalidatie?
Een geschikte oplossing voor telerevalidatie moet het therapeutische werk betrouwbaar weergeven en voldoen aan de wettelijke vereisten van de praktijk. Een algemeen videoconferentieprogramma volstaat daarvoor meestal niet.
-
Controleer de beeldkwaliteit en de stabiliteit van de verbinding onder realistische omstandigheden. Fysiotherapeuten moeten het bewegingsbereik, de uitvoering en mogelijke uitwijkbewegingen kunnen herkennen. Test de verbinding daarom ook met mobiele apparaten en bij een zwakkere internetverbinding. De software moet het mogelijk maken om bij korte onderbrekingen van de verbinding eenvoudig terug te keren naar de sessie.
-
Het oefenprogramma moet tijdens het consult kunnen worden aangepast. Als een patiënt een oefening niet veilig uitvoert, moet de fysiotherapeut het aantal herhalingen, de belasting of de keuze van de oefeningen direct kunnen aanpassen. Het bijgewerkte plan moet vervolgens in de patiëntenapp verschijnen zonder dat het opnieuw hoeft te worden verzonden.
-
Videobehandeling en het voorschrijven van oefeningen moeten op elkaar zijn afgestemd. Bij een op zichzelf staande video-oplossing bent u vaak genoodzaakt om patiëntgegevens en therapie-informatie tussen verschillende applicaties uit te wisselen. Een geïntegreerde oplossing koppelt het consult aan het actuele oefenplan en de gedocumenteerde feedback. Hierdoor worden dubbele invoer en mogelijke invoerfouten voorkomen.
-
De aanbieder moet duidelijke informatie over gegevensbescherming verstrekken. Controleer de verwerkersovereenkomst, de locatie van de server en de ingeschakelde onderaannemers. Ga bovendien na hoe de aanbieder gegevens versleutelt, toegangsrechten beheert en gegevens na afloop van de overeenkomst verwijdert. Uw praktijk heeft een gestructureerd proces nodig voor voorlichting en toestemming van patiënten. Registraties moeten uitgeschakeld blijven, tenzij er uitdrukkelijke toestemming en een therapeutische motivering voorhanden zijn.
Voor videobehandelingen in het kader van de GKV moet de gebruikte videodienst voldoen aan de geldende certificeringseisen. Vergelijk de informatie van de aanbieders met de actuele lijst van de GKV-Spitzenverband voordat u een contract afsluit. Een korte praktijktest met een typisch behandelingsverloop laat bovendien zien of het starten van de afspraak, het aanpassen van de oefeningen en de documentatie in de dagelijkse praktijk goed werken.
Physitrack als voorbeeld van een geïntegreerde telegezondheidsoplossing
Physitrack combineert videoconsulten met het digitaal voorschrijven van oefeningen in één gezamenlijke werkomgeving. Fysiotherapeuten kunnen het oefenprogramma tijdens een afstandsafspraak aanpassen en vervolgens via PhysiApp beschikbaar stellen. PhysiApp registreert de uitvoering van de oefeningen en de feedback over klachten en vooruitgang. Hierdoor zijn er concrete gegevens over de therapietrouw beschikbaar voor de volgende vervolgafspraak.
Door video en het oefenprogramma te combineren, wordt de overgang tussen een afzonderlijk videogesprek en een tweede app voor thuisoefeningen voorkomen. Een stabiele verbinding en voldoende beeldkwaliteit blijven echter noodzakelijk, zodat de fysiotherapeut de bewegingen betrouwbaar kan beoordelen. Praktijken moeten daarom de videokwaliteit vóór de reguliere ingebruikname testen met de apparaten en internetverbindingen die hun patiënten doorgaans gebruiken.
Physitrack vormt een aanvulling op de bestaande Duitse software voor praktijkbeheer en facturering. Afspraakplanning, facturering van geneesmiddelen en financiële analyses blijven in de daarvoor bestemde systemen plaatsvinden. Physitrack neemt daarentegen het voorschrijven van oefeningen, de digitale begeleiding en het vastleggen van de voortgang tussen de afspraken voor zijn rekening.
Voorafgaand aan het gebruik moet elke praktijk zelfstandig nagaan of aan de voorwaarden op het gebied van gegevensbescherming en facturering is voldaan. Hieronder vallen een verwerkersovereenkomst, informatie over de locatie van de server en een gedocumenteerde toestemming van de patiënt. Voor videogebaseerde GKV-diensten moet de praktijk bovendien nagaan of de gekozen videodienst voldoet aan de geldende certificeringseisen. Een geïntegreerd platform is geen vervanging voor deze controle.
Conclusie: telerevalidatie als aanvulling, niet als vervanging
Telerevalidatie vormt een aanvulling op de behandeling ter plaatse, mits een praktijk dit op vaktechnisch, juridisch en technisch vlak op verantwoorde wijze integreert. Een stabiele video-oplossing alleen is hiervoor niet voldoende. Fysiotherapeuten moeten de geschiktheid van elke patiënt beoordelen, de noodzakelijke afspraken ter plaatse inplannen en indien nodig op elk moment overschakelen naar behandeling ter plaatse.
De invoering loont vooral de moeite voor praktijken met veel vervolgcontroles, lange reisafstanden of een grote behoefte aan begeleide zelfoefeningen. Voorafgaand aan de start moeten praktijkhouders de geldende voorschriften met hun beroepsvereniging en de vergoedingsregeling met de betreffende zorgverzekeraar afstemmen. Geschikte software ondersteunt vervolgens de videobehandeling, het voorschrijven van oefeningen en de documentatie binnen duidelijk vastgelegde werkprocessen.
Veelgestelde vragen
-
Is telerevalidatie binnen de Duitse fysiotherapie toegestaan? Ja. § 2a, lid 3, van de richtlijn inzake geneesmiddelen staat videobehandelingen toe, mits deze therapeutisch geschikt zijn, er gebruik wordt gemaakt van een toepassing die voldoet aan de voorschriften inzake gegevensbescherming en de patiënt hiermee instemt. Per voorschrift moet ten minste één behandeling persoonlijk plaatsvinden.
-
Heeft de patiënt een aparte verwijzing nodig voor videotherapie? Nee. De reguliere verwijzing voor therapeutische middelen volstaat, en de fysiotherapiepraktijk beslist over de geschiktheid van de behandeling. De verwijzende arts kan een videobehandeling op de verwijzing uitsluiten.
-
Vergoedt de ziektekostenverzekering de kosten? De wettelijke ziektekostenverzekering vergoedt toegestane videobehandelingen via het bestaande geneesmiddelenvoorschrift tegen de geldende tarieven. Hoeveelheidsbeperkingen en andere voorwaarden zijn afhankelijk van het voorgeschreven geneesmiddel. Particuliere patiënten dienen vooraf met hun verzekering af te spreken of de kosten worden vergoed.
-
Waarin verschilt telerevalidatie van een DiGA? Telerevalidatie is een fysiotherapeutische behandeling via videoconferentie in het kader van een voorschrift voor geneesmiddelen. Een DiGA daarentegen is een door het BfArM erkende digitale gezondheidsapplicatie die zelfstandig kan worden voorgeschreven of bij de ziektekostenverzekering kan worden aangevraagd. De ziektekostenverzekering verrekent een DiGA rechtstreeks met de fabrikant.
-
Welke software voldoet aan de AVG? Voor videobehandelingen in het kader van de GKV moeten praktijken een erkende videodienstverlener kiezen uit de actuele lijst van de GKV-Spitzenverband. Daarnaast moeten zij de verwerkersovereenkomst, de locatie van de server, de gegevensoverdracht en eventuele opnames controleren. Ook bij geschikte software blijven een gedocumenteerde toestemming van de patiënt en een gegevensbeschermingsconform gebruik door de praktijk vereist.
